Circuit Moneuse: de overval van de Cense Populaire - Frameries

Per fiets ,  Te voet in Frameries

6.7 km
Te voet
2h
Middelen
6.7 km
Per fiets
1h
Middelen
  • Met dit traject treedt u in de sporen van Antoine-Joseph Moneuse, de beruchte schurk en kapitein van de “Chauffeurs du Nord” (verwarmers van het noorden).

    Hier staan we stil bij de overval op de Cense Populaire (boerderij van Populaire) van Wasmes. Op 3 december 1795 vormt deze boerderij het doelwit van een dievenbende die op zoek is naar schatten.

    Volg de sporen van deze verschrikkelijke episode in Moneuses bewogen leven aan de hand van dit circuit door Colfontaine en Frameries.

    Tijdens deze tocht doorkruist u het domeinbos van Colfontaine en het dorpje Eugies. Onderweg komt u langs “la Belle Maison”, gekend als schuilplaats voor de schurk.

    Geniet van uw wandeling en let goed op... de bandieten liggen op de loer.

    Dit traject werd uitgestippeld door het Parc Naturel des Hauts-Pays

    Illustraties Claude Renard.
  • Hoogteverschil
    63.99 m
  • Documentatie
    Met GPX / KML-bestanden kunt u de route van uw wandeling naar uw GPS exporteren (of ander navigatieprogramma)
Bezienswaardigheid
1 Het Jagerspaviljoen (Pavillon des Chasseurs)
In 1828 koopt Henri De Gorge, eigenaar van de koolmijn van de Grand-Hornu, het “bos” van Colfontaine. Op zijn vraag bouwt architect J. P. Cluysenaar er in 1855 een jagerspaviljoen.

Het bevindt zich midden in het domeinbos van Colfontaine. Het geraamte bestaat uit baksteen en steen, terwijl het raamwerk en de binneninrichting uit hout bestaan. De luifel van de galerij aan de buitenzijde werd vroeger gebruikt als overkapping voor de koetsen (stal).

Het Jagerspaviljoen heeft een zeshoekige vorm en de overdekte galerij bezet drie zijdes van het gebouw. Het gebouw heeft een polychroom dak. Na de verdwijning van De Gorge wordt het gebouw door zijn erfgenamen afgerond.

Het paviljoen en de omliggende stukken zijn sinds 22 juli 1981 beschermd door het Waalse Gewest. De Gorge had het Bos van Colfontaine ingericht met wandelpaden. Hij organiseerde er jachtpartijen, die steeds werden afgesloten met uitgebreide maaltijden in zijn Paviljoen.

Het monument heeft een gedenkplaat ter herinnering aan de 25ste verjaardag van het jaar waarin de Staat het Bos had gekocht (1908-1933).

Bronnen: http://www.sipt-frameries.be
2 1795 – het rampjaar
De Franse Revolutie lag al even achter ons (1789). De hoop op verandering had al snel plaatsgemaakt voor de chaos van het Directoire (1795-1799). Het gerecht doet amper zijn werk en het volk heeft honger en moppert.

De winter van 1795 is zeer streng, de lente somber en de zomer is veel te nat. Resultaat: tegenvallende oogsten. En dan hebben we het nog niet over de belastingen die geheven werden.

Er heerste hongersnood bij de bevolking, terwijl de gegoeden nog rijker werden.
3 Les Chauffeurs du Nord
Tegen deze achtergrond van hongersnood en lakse justitie steken dievenbendes de kop op in de streek. Een van de meest beruchte bendes zijn de Chauffeurs du Nord (verwarmers van het noorden). Het verhaal gaat dat ze de voeten van hun slachtoffers in brand staken om zo te ontlokken waar ze hun schatten verborgen hielden. Volgens de legende leidde een zekere Antoine-Joseph Moneuse deze bende.
4 Antoine-Joseph Moneuse
Maar wie is nu eigenlijk echt Antoine-Joseph Moneuse? Hij wordt in 1768 geboren in Marly als molenaarszoon en groeit op in Saint-Vaast. In januari 1794 strijkt hij neer in deze streek.

In tegenstelling tot de rest van de bevolking, heeft hij geen last van de ellende die de streek teistert. Als graan- en veehandelaar gaat het Moneuse voor de wind, met jaloezie als gevolg... Geruchten doen de ronde dat hij vaak feest, een speelvogel en verleider is, ... Het zou niet lang duren dat men hem als dief beschouwt.
5 Mendeck
Sinds kort heerste er schrik voor een dief die “Mendeck” werd genoemd.

Op een mooie februaridag in 1794 is een zekere Léon Lagroux, paardenhandelaar uit Hornu, het slachtoffer van een overval vlak nadat hij het estaminet van Audregnies verlaat. Hij zou volgende verklaring afleggen aan de onderzoekers:

“Vlak bij de Rieu-Marion sprong een persoon die zich in de gracht verborgen hield op het hoofdstel van mijn paard. Twee anderen wierpen me omver. Ondanks de pijn in mijn been slaagde ik erin om me te verdedigen dankzij de rijzweep dat ik steeds om mijn pols draag. Nadat ik een van de aanvallers in zijn maag had geslagen, hoorde ik een oproep: “Mendeck, kom me helpen!” Onmiddellijk erna sprong een ruiter uit het struikgewas en sloeg me met het heft van zijn zwaard. Voordat ik mijn bewustzijn verloor, hoorde ik hem nog zeggen: “Geef hem nog een paar klappen met de knuppel en geef me daarna zijn riem.” Mijn riem! Deze bevatte 5 000 frank aan goudstukken. En toen verdween mijn paard. Ik dien klacht in tegen deze Mendeck!”

Maar wie is die mysterieuze Mendeck? Misschien waren Mendeck en Moneuse wel dezelfde persoon? Overdag graan- en veehandelaar, 's nachts dief... Het gerucht deed snel de ronde, zonder enig bewijs weliswaar.
6 Alexandre Buisseret
Deze weg loopt langs de grens tussen Colfontaine (aan de kant van het bos, aan uw linkerzijde) en Frameries (Eugies, aan uw rechterzijde). We geven nog mee dat een inwoner van Frameries deel uitmaakte van de bende van de Chauffeurs du Nord.

Alexandre Buisseret, ook wel “Gros” of “Mongros” genoemd, verbleef in Frameries en werkte er officieel als mijnwerker.

De marechaussée arresteerde Buisseret in de herberg Allard in Petit-Quévy na een klacht, samen met Antoine-Joseph Moneuse, Nicolas-Joseph Gérin en de cabaretier. Eerst werden ze opgesloten in de kantongevangenis van Asquillies. Buisseret werd veroordeeld voor diefstal en bendevorming door het straftribunaal van het departement van Jemappes in Mons en kreeg veertien jaar celstraf. De uitspraak bepaalde dat Buisseret en een medeplichtige voor hun eigenlijke straf “eerst op het marktplein van Mons moeten verschijnen; hier moeten ze worden vastgemaakt aan een paal op een schavot; ze moeten blijven staan in het zicht van het volk... hun naam, beroep, woonplaats, de grond van hun veroordeling en het vonnis moeten boven hun hoofd in het groot vermeld worden op een bord...”.

Buisseret stapte net zoals Moneuse, Nicolas-Joseph Gérin en Felix Gérin naar cassatie en had voor het hof van beroep van het Noorden moeten verschijnen in Douai, maar tijdens het transport verdween hij spoorloos.

Bron: Wikipedia
7 Het Maison Fénelon of Belle Maison
Dit huis is vernoemd naar François de Salignac de La Mothe-Fénelon (1615-1715), bisschop van Cambrai.

Het uitzonderlijke houtwerk van deze woning springt onmiddellijk in het oog. Het gaat om een absoluut meesterwerk binnen het genre en werd zonder enige twijfel gerealiseerd met hout afkomstig van de eiken van de heer van Colfontaine.

De woning werd omgebouwd tot een herberg (la Belle Maison, dat in 1795 werd uitgebaat door dhr. Buisseret). Het zou verschillende jaren als vergaderplek gediend hebben voor de “Bende van Moneuse” (1794-1798).

Op een namiddag zat Moneuse in de herberg op het moment dat een veehandelaar uit Eugies en een arbeider met de naam Célestin Carlot de herberg bezochten. Moneuse ging met Carlot naar buiten en stelde voor om samen met hem de handelaar te beroven. De man weigerde en antwoordde dat Moneuse hem voor een ander soort persoon aanzag. “Ik ben ook niet wie je denkt dat ik ben, Carlot”, antwoordde Moneuse. De man had schrik gevat en nam snel de benen, terwijl Moneuse in lachen uitbarstte en het verhaal aan de klanten ging vertellen. Een eeuwige grappenmaker. Alhoewel hij het zelf niet besefte, was het dit soort pestgedrag dat hem uiteindelijk de das om zou doen en waardoor de geruchtenmolen alleen maar groter werd zonder dat hij het doorhad.

Bron: http://www.frameries.be/loisirs/tourisme/patrimoine/maison-fenelon
8 Toren “du Lait Buré”
De Toren du Lait Buré ligt aan de voet van het domeinbos van Colfontaine. Het heeft een beladen geschiedenis.

Begin jaren 1900 koopt Achille Tillier, architect en oprichter van de brasserie Tillier, een stuk weiland van de gemeente Eugies.

Hij bouwt er volgens zijn eigen plannen een gebouw dat de naam “La Tour du Lait Buré” krijgt (volgens André Capron en Pierre Nisolle, auteurs van het Essai d'Illustration du parler borain, is “Lait Buré” de benaming voor “lait battu” (karnemelk)).

De eigenaar richt op deze pittoreske plek een cabaret op, dat snel een café zou worden waar hij verschillende bieren besloot te verkopen (Stout Cedar, Saison, Belge, Blanche, Grisette, …).

Initieel had het gebouw een plat dak, waar men de natuur kon observeren, kon jagen of muzikanten laten spelen (tot de komst van de platenspeler die na de Eerste Wereldoorlog het orkest zou vervangen).

Pas in 1955 zouden Victor-Léon en Léon-Willy Tillier, respectievelijk zoon en kleinzoon van Achille Tillier, het dak laten herstellen en aanpassen door een Nederlandse firma. Het dak zou hierdoor een conische vorm krijgen (rond 1985 zou het dak een tweede keer hersteld worden).

In september 1972 is de Toren du Lait Buré volledig hersteld en wordt het ingehuldigd in aanwezigheid van de Gemeenteraad, waaronder de afgevaardigde burgemeester Arthur Nazé. Dankzij deze renovatie komt er een toog die is aangepast aan de ronde vorm van de taverne en van de (centrale) ingang bij de drankkelder. Ook komt er een extra deel bij, “Gambrinus” genoemd, dat plaats biedt aan een twintigtal personen. Ten slotte worden ook een terras en een speelplein aangelegd.

Sindsdien heeft de Toren du Lait Buré nog steeds al zijn charme behouden en vormt het een rustieke plek waar het heerlijk vertoeven is na een natuurwandeling.
9 De Cense populaire
De Ferme Populaire (Populaire-boerderij) ligt in Wasmes (huidige Notre-Dame-school op de Rue de la Station). Ze dankt haar naam aan de eigenaar, Antoine Populaire, die samen met zijn echtgenote Caroline Dubuisson en hun zeven kinderen de boerderij uitbaat. De zaken gaan hun voor de wind. Moneuse heeft hun al verschillende keren graan verkocht.
10 De zwerver
Op 3 december 1795 klopt rond 18 uur een man op de deur bij de familie Populaire. Hij geeft een armoedige indruk, met slordig haar en ingevallen gezicht. Hij zegt dat hij op zoek is naar werk als herder. Na hem brood te hebben gegeven, antwoordt Populaire hem dat hij op dit moment niemand zoekt maar dat hij in de lente moet terugkomen. De man bedankt hem en vertrekt zoals hij is aangekomen.
11 De aanval
Het bezoek van de zwerver kan geen toeval zijn. Diezelfde nacht, nauwelijks enkele uren na zijn bezoek, breekt een groep mannen in in de boerderij door de eiken deur los te breken. Ze overmeesteren al snel de gezinsleden en de dienstmeiden en binden ze vast. Een gemaskerde man gaat voor Populaire staan en vraagt naar zijn goud. Hij beweert dat hij geen goud bezit. Onder dreiging van de wapens vertelt hij hun waar zich een doos bevindt met zilverwerk, wat geld en sieraden. Nog steeds geen goud. De bendeleider wordt ongeduldig. De arme Populaire zal al snel begrijpen waarom deze mannen “de Chauffeurs du Nord” genoemd worden (de verwarmers van het noorden).
12 De kwelling van de vlammen
Populaire moet op een stoel gaan zitten en zijn schoenen worden uitgetrokken. Een van de dieven houdt een brandend lont onder zijn voetzolen. “Vertel ons waar het goud ligt!”, roept hij. Populaire vergaat van de pijn en zegt waar de koffer met zilver ligt om onmiddellijk daarna flauw te vallen.
13 Het alarm
De dieven weten echter niet dat een zekere Colas Francq sinds 2 dagen in de schuur van de familie Populaire sliep. Hij was wakker geworden door het geschreeuw en stapte naar de dichtbijgelegen boerderij Gallez. Al snel weerklonk de alarmklok in de nacht. Het alarm was gegeven. De dieven namen onmiddellijk de benen en lieten de familie Populaire in shock achter.
14 Het gestolen sieraad
Volgens de geruchten werd Moneuse twee dagen na de overval in een herberg opgemerkt tijdens de ducasse van de Quarouble. We schrijven 5 december 1795. Moneuse zou er gezien zijn in het bijzijn van de dochter van de herbergier. Ze zou vlak voor haar huwelijk tegen Moneuse haar beklag hebben gedaan dat ze geen sieraden had voor tijdens de bruiloft.

Enkele dagen later zou een onbekende een kistje in de herberg geplaatst hebben, afkomstig van Moneuse. Deze bevatte een gouden sieraad en een begeleidende boodschap: “Soms komen sieraden uit de hemel vallen, voor zij die het waard zijn”.
15 Een twijfelachtige aanklacht
Caroline Dubuisson, de boerderijvrouw van het gezin Populaire, zou het sieraad als het hare herkennen. Tijdens het proces van Moneuse herkende ze het sieraad, al kon ze Moneuse niet herkennen. Hetzelfde gold voor haar echtgenoot en Colas Francq.

Het sieraad lijkt de schuld van Moneuse te bewijzen. Toch zien we hierbij een niet onbelangrijk detail over het hoofd... Op 3 december 1795, de dag van de overval, bevindt Moneuse zich in de gevangenis! Moneuse zou pas op 30 december de gevangenis verlaten, waar hij verbleef tijdens de aanklacht in de zaak van de slachtpartij van la Houlette in Roisin (waarvoor hij niet schuldig werd bevonden).

Het mysterie rond zijn personage zou door deze zaak alleen maar groeien. Moneuse lijkt een ideale schuldige te zijn geworden, die vaak werd beschuldigd zonder tastbaar bewijs. Tijdens de daaropvolgende maanden en jaren valt zijn naam in veel strafbare feiten die de regio teisteren. Maar is hij verantwoordelijk voor alle beschuldigingen? Schuldig aan niets? De waarheid ligt waarschijnlijk ergens in het midden.
64 meters hoogteverschil
  • Starthoogte : 146 m
  • Aankomsthoogte : 146 m
  • Maximale hoogte : 151 m
  • Minimale hoogte : 101 m
  • Totaal positief hoogteverschil : 64 m
  • Totaal negatief hoogteverschil : -64 m
  • Maximaal positief hoogteverschil : 9 m
  • Maximaal negatief hoogteverschil : -21 m
Beoordeling toevoegen
Schrijf uw beoordeling over Circuit Moneuse: De Overval Van De Cense Populaire - Frameries :
  • Verschrikkelijk
  • Slecht
  • Gemiddelde
  • Goed
  • Uitstekend
Er zijn nog geen reacties op Circuit Moneuse: De Overval Van De Cense Populaire - Frameries, schrijf als eerste een verlaten !